Oepsie…

Het is woensdag en tijd om naar Voorburg te gaan. Ik moet op tijd weg vandaag want ik moet, op doorreis, om 11.00 uur bij de kapper in Roelofarendsveen zijn (mijn kapster van bij ons oude huis, kom ik speciaal voor uit Friesland mensen!).

De auto staat vrij haaks schuin geparkeerd op onze oprit, zodat ik vanuit de loods in kan laden (klein detail, onthoud dat voor straks), wat fijn is met de enorme windvlagen en storm die over Friesland raast.
Alles staat in de auto, ik geef mijn man een kus en stap in om weg te rijden. Als ik de motor start komt mijn man uit de loods en roept dat het misschien beter is om over Almere te rijden in plaats van over de Afsluitdijk, in verband met die harde wind.

“Oh, zijn er waarschuwingen dan?” vraag ik.
“Ik weet het niet”, zegt hij, “maar het gaat zo tekeer dat ik het fijner vind als je niet over de Afsluitdijk gaat”.
“Ok”, zeg ik, “ik zal wel ff op mijn routeplanner kijken of er waarschuwingen zijn”.

En terwijl hij weer naar binnen gaat, ik mijn Iphone in de houder druk en naar het scherm tuur waar mijn routeplanner driftig naar een route op zoek is, hoor ik ineens gekraak.
Ik kijk opzij. Oh nee! Kut! Ik heb de bocht te krap genomen en heb de zijgevel geramd.
Oh nee oh nee oh nee, denk ik bij mezelf terwijl ik uit de auto stap.

Ik blijf rustig, voel de adem in mijn buik en zeg tegen mijzelf: ok, dit is wat het is, ook dit mag er zijn…. Hoor je de fluitende vogeltjes op de achtergrond?

NEE NATUURLIJK NIET! Zo ging het natuurlijk niet.. Ik ben De Mindfulness Juf, niet een of andere verlichte Boeddha (die overigens ook keihard Kut had geroepen, denk ik, als het hem was gebeurd, want dát is volgens mij waar mindfulness over gaat, dat ook dát er mag zijn en we niet alles ‘wegademen’ in het leven..).

Het ‘Oh nee’ blijkt bij het uitstappen namelijk nog wel heel mild uitgedrukt. “Kuuuuuut”, roep ik, als ik de schade zie. “Wat een stomme trut, wat een stomme truuuuuuuuuut!!” Dat herhaal ik nog een keer of 5. Kan ook 6 of 7 zijn, pin mij er niet aan vast, maar het voelde als 5. Fijne van een beetje achteraf wonen is dat je dat gewoon ongegeneerd kunt roepen zonder dat de GGZ met een dwangbuisje langs komt rijden.

Ik ren naar binnen met mijn handen om mijn hoofd geklemd en roep tegen mijn man dat ik de auto én zijgevel in de prak heb gereden.
“Joh, echt waar?”, zegt hij. Nee, grapje, nou goed?!!
Hij maakt aanstalten om te komen kijken. Ik roep nog een paar keer dat ik een stomme trut ben, terwijl ik de illusie armer wordt dat de witte schade op onze blauwe auto met een doekje weg te wrijven is, en hij maakt rustig foto’s van de auto en de zijgevel.

“Het is niet erg poepie”, zegt hij
“Echt, meen je dat?”
“Ja”, zegt hij, “het is maar een auto”.
Ik denk stiekem wel dat het scheelt dat wij een 15 jaar oude Dacia rijden en geen Executive Edition van een of ander duur geil merk, maar dat even terzijde..
“En de loods dan?”
“Dat is maar een paal aan de gevel, heeft geen effect op de gevel zelf en dat is te maken”, zegt hij.

Ik mag pas gaan als ik geen ‘kut’ meer roep. Maar ik zit enigszins op de schopstoel, want ik moet naar de kapper.
Voor de gezelligheid rijd ik tóch door de voorkant, door de carport, weg, in plaats van via de achterkant waar ik gewoon via een ruime weg, weg had kunnen rijden. Ja, je moet jezelf uit blijven dagen in het leven…

Onderweg bedenk ik welke grappen mijn broer hier nog jaaaaren over gaat maken, terwijl ik zorg dat ik netjes 80 rijd zoals de borden aangeven. 80? Hier hoef ik toch nooit 80? Ohjawel, op de A10 moet je altijd 80. De A10?! Hoe kom ik nou weer op de A10 terecht?! Ik moet de A5 hebben!

Anyhoe, zo kom ik er ook wel..

De kapster vraagt meteen wat er met mijn auto is gebeurd. Even overweeg ik een super stoer verhaal met als flitsend eind dat ik het tóch heb overleefd te vertellen, maar ik besluit voor de waarheid te gaan. Zij deelt meteen alle stomme momenten uit haar leven met mij. Heerlijk, mensen die een beetje met je meedenken.
Bij het afrekenen stop ik tot drie keer toe de verkeerde pas en/of de verkeerde pincode in het apparaat. “Gelukkig heb ik geen cliënten vandaag”, zeg ik. Mijn kapster beaamt dat dat fijn is.

Goed, zo kom ik zonder kleerscheuren aan in Voorburg. Dat ik de rest van de reis met stadslicht aan heb gereden, mag de pret niet drukken.
Gelukkig heb ik geen cliënten vandaag, herhaal ik nog maar eens voor mijzelf… Een lekkere espresso; dat heb ik wel verdiend. Ik nestel mijzelf met espresso bij mijn electrische sfeerhaardje in de praktijkkamer en kijk nog eens naar de foto van ons arme autootje. Ja, een beetje stom is het wel, maar een trut, ach, dat valt wel mee..

En nu – hop hop hop – even lekker lang mediteren, om die hersens weer in het gareel te krijgen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *